GEMEENTEWET
Hoofdstuk 10: Honden

Artikel 1:
Het is verboden honden te laten rondzwerven op de openbare wegen en plaatsen, op het ganse grondgebied van de gemeente met inbegrip van het strand.

Artikel 2:
Honden dienen steeds aan de leiband gehouden te worden en dit op het ganse grondgebied van de gemeente met inbegrip van het strand.

Artikel 3:
De toegang met honden is verboden op het strand en in het strandwater, ieder jaar vanaf 01 juni t.e.m. 15 september.
Binnen die periode wordt uitzondering gemaakt voor de strook niet bewaakt strand en strandwater begrepen tussen het verlengde van de Bettystraat (Koksijde) en de Zandzeggelaan (Oostduinkerke) alwaar het wandelen met honden aan de leiband wordt toegelaten tussen 19 en 24 uur, ongeacht het getij.
De toegang met honden is eveneens verboden en dit gedurende het ganse jaar:
tot de begraafplaatsen, met uitzondering van de door blinden of andere mindervaliden geleide honden
tot de gemeentelijke zwembaden
Het verbod vastgesteld in dit artikel wordt ter kennis gebracht bij middel van een rond bord in witte kleur met rode band en een zwart symbool van een hond.

Artikel 4:
De eigenaars van honden dienen er zorg voor te dragen dat hun dieren de plantsoenen en de parken, de huisdrempels en de gevels, de straten en de voetpaden, de wandelwegen en de sportvelden, de zachte bermen van paden en wegen niet bevuilen met hun uitwerpselen.
Zij dienen deze dieren zodanig te leiden dat de uitwerpselen terechtkomen in de straatgreppel in de nabijheid van de rioolmonden. Indien uitwerpselen terechtkomen op voornoemde plaatsen zijn de eigenaars of begeleiders verplicht deze te verwijderen en te deponeren in de vuilnisbak. Deze verplichting geldt eveneens voor de uitwerpselen in de straatgreppel en bij de rioolmonden. Zij zijn gehouden de plaats van de bevuiling te reinigen. Deze bepaling ontslaat de aangelanden niet van hun verplichting inzake reiniging.

Artikel 5:
Gevaarlijke honden dienen, telkens zij op straat komen, drager te zijn van een muilkorf.

Artikel 6:
Het is de eigenaars of begeleiders van honden ten strengste verboden hun dieren achter te laten in een geparkeerde wagen, zonder de nodige voorzorgen te nemen opdat het dier over de nodige zuurstof beschikt.
Het achterlaten van honden in een aan de zonnestralen blootgestelde geparkeerde wagen is ten alle tijde en onder gelijk welke omstandigheden verboden.

Artikel 7:
Het is de eigenaars, bewakers of houders van honden verboden hun dier aan een ketting vast te leggen. Indien de hond(en) niet binnen het huis of vrij op een afgesloten erf gehouden wordt(en) moet(en) hij(zij) verplichtend in een ruimte geplaatst worden van minimum 4 m2 oppervlakte, omheind met een rasterdraad, stevig en hoog genoeg opdat de hond er niet zou kunnen overspringen of zich kwetsen.

Artikel 8:
De eigenaars of houders van honden zijn verplicht in alle omstandigheden te zorgen dat hun honden over een schuthok beschikken in verhouding met de grootte van het dier, en dat hen tevens degelijk beschermt tegen regen, wind en vorst.

Artikel 9:
De eigenaars of houders van honden moeten de nodige maatregelen nemen zodat het geblaf van hun dieren niet storend is voor de omwonenden.

Artikel 10:
Het is verboden honden van het ras Pit Bull Terrier te houden of te laten verblijven op het ganse grondgebied van de gemeente Koksijde.